Adem of mantra…

… of allebei? In het jaar 1990 ben ik met mediteren begonnen. Het betrof meditatie in de traditie van zen waarbij de ademhaling centraal staat. En steeds als je bewust wordt van een afleiding dan ga je met je aandacht terug naar het op- en neergaan van je buik op de ademhaling.

In 2010 ben ik in contact gekomen met het mediteren op een mantra, dit vanuit de christelijke contemplatie die terugvoert tot aan de woestijnvaders in het begin van onze jaartelling. Binnen deze traditie wordt er gemediteerd met een eenvoudig woord en dit zeg je in gedachte op het ritme van het in- en uitademen. Maar je kunt evengoed een ander woord nemen of een korte zin. Je bent er vrij in om dit op het ritme van de ademhaling te zeggen of juist niet.

Mij persoonlijk bevalt het heel goed om de mantra en de adem te combineren. Om steeds weer een eenvoudig woord te zeggen op het ritme van het in- en uitademen. Het voordeel van het in gedachte zeggen van een ritmisch woord is dat het ook buiten de meditatie om kan gaan klinken. Dat kan zijn in lastige situaties waarbij het denken in de weg kan zitten, maar het kan ook bij fysieke inspanning.

Als ik ’s zomers tijdens een huttentocht hoog in de Alpen loop met een zware rugzak op, dan is er tijdens zo’n week altijd wel een punt dat het zo zwaar wordt dat ik bijna geen stap meer kan zetten en mezelf het liefst zie zitten met een groot glas drinken op de veranda van een berghut. Op die momenten is het al meerdere malen voorgekomen dat als ik mijn stappen zet op het ritme van de ademhaling, dat dan van binnenuit ook de mantra mee gaat klinken. Een soort van extra kracht die me even de ellende-van-het-moment doet vergeten en me volledig op iedere stap laat focussen. Het helpt me om in het nu te zijn, daar waar je voorbij gaat aan het denken, aan de ontberingen en aan de verlangens.

Voor mij is een mantra een repeterend minigebed waar in combinatie met de ademhaling heel veel kracht van kan uitgaan.

Met aandachtige groet,
John de Vet osb