Week 33: Luisteren naar je lichaam

Mediteren is niet alleen een zittende bezigheid, er wordt zeker zoveel aandacht besteed aan de actieve houding, zowel in het zitten als tijdens het bewegen. Je lichaam is een gevoelig instrument dat je zou kunnen vergelijken met een antenne die altijd klaar is voor de ontvangst van signalen. Signalen van buitenaf, maar zeker ook signalen die het lichaam zelf afgeeft. 

In die zin zou je het lichaam kunnen bezien als een expansievat, om er nog maar eens een metafoor tegenaan te gooien. Je kent die wel, zo’n rood tonnetje dat onder je verwarmingsketel hangt en dat de overdruk in het watersysteem opvangt. Als die druk te hoog wordt dan ontsnapt er lucht uit het overloopventiel. Het lichaam heeft geen ventiel voor overdruk (het darmstelsel buiten beschouwing gelaten), dus zoekt het de zwakste plek om op te geven. In feite zegt het lichaam: ‘STOP, ik ben overbelast‘. Als je dit signaal negeert dan gaat het vroeg of laat mis en zoekt het lichaam zelf een uitweg. Voor de ene mens uit zich dit in hoofdpijn, de andere persoon krijgt last van zijn maag en weer een ander ervaart hartkloppingen of meet een hoge bloeddruk.

De eerste actie die je kunt nemen als je voelt dat je onrustig bent of last hebt van stress, is door te vertragen. Ga langzamer bewegen, haal letterlijk de haast uit je lijf en neem op gezette tijden een pauze. Mediteer eens wat vaker en doe ademhalingsoefeningen. Gevoelens van drukte, haast en spanning zorgen ervoor dat we versnellen in alles wat we doen. De tegengestelde beweging is vertragen, onthaasten en ontspanning. Niet voor niets bestaat er een uitspraak van een zenmonnik: “als je zo druk bent dat je geen tijd hebt om te mediteren, mediteer dan twee keer.