Week 3: Lichaam als bliksemafleider

‘Je zit teveel in je hoofd’, is een uitspraak die je nogal eens hoort als je overmatig piekert of voortdurend onder spanning staat. Men bedoelt dan dat het zichtbaar of merkbaar aan je is dat je doorlopend aan het malen bent over een bepaalt thema.

Dit laatste is belangrijk, dat het om een bepaald thema gaat, want de hoeveelheid aan gedachten krijg je niet zo gemakkelijk teruggedrongen. Het is namelijk niet zo dat je de deur van het denken dicht kunt doen en dat dan de toestroom aan gedachten stopt of vermindert. Dat heb je misschien al heel vaak geprobeerd en dan weet je dat het onbegonnen werk is. Beter kun je het thema van het denken veranderen, of nog beter is het je lichaam om hulp te vragen.

Tijdens het mediteren kun je heel bewust aandacht naar je lichaam sturen door te focussen op de ademhaling en te voelen hoe je buik op en neer gaat. De gedachten blijven komen, je merkt het op en je richt de aandacht weer op je buik. Steeds opnieuw.

Buiten de meditatie om, die andere ruim 23 uren van een etmaal, kun je het lichaam actiever inzetten door je bewegingen te sturen. Zo kun je bijvoorbeeld wat rek en strek oefeningen doen, al dan niet in oosterse variaties, of je kunt heel bewust je bewegingen vertragen en deze met aandacht uitvoeren. Loop maar eens met aandacht heel langzaam en concentreer je op het afrollen van je voeten en het bewaren van je evenwicht. Op dat moment ben je niet meer met de heersende gedachte bezig, maar gaat je gedachtencapaciteit naar het uitvoeren van de fysieke taak die je jezelf gegeven hebt.

Mediteren is oefenen; bewust bewegen is het praktiseren daarvan. Succes!