Week 21: Doel en geen doel

Mediteren is een vreemde activiteit. Je begint met meditatie omdat je ergens naar wilt streven, je wilt iets bereiken zoals meer rust of minder piekeren. Soms is het een geromantiseerd beeld dat je hebt van evenwichtige mensen die onverstoorbaar hun weg lijken te gaan, of een idee van mensen die een bepaalde levenswijze hebben.

Echter, het doel wat samen kan hangen met meditatie bereik je uitsluitend door jezelf geen doel te stellen. Hoe sterker je in de meditatie streeft naar een doel zoals het bereiken van verlichting (wat is dat?) of het niet meer hebben van gedachten (kan dat?), des te verder je van je doel afraakt. Het is als de ezel vooruit willen trekken, dan zet ie z’n hoeven in het zand en gebeurt er niets. Trek je ‘m aan zijn staart dan gaat ie wel vooruit. Zo ook de contradictie in meditatie; je doel bereik je door geen doel te hebben.

Maar hoe doe je dat om geen doel te hebben? Het antwoord hierop is: ga zitten zonder verwachtingen en met aandacht voor wat er nu is. En nu is wat je op dit moment hoort, voelt, opmerkt, denkt, etc. Mediteren is alles opmerken wat er op dit moment is of gebeurt en er niets mee doen, er niets van te vinden, er geen oordeel over te hebben, het alleen maar opmerken waarna je vervolgens de aandacht weer terugricht op je ademhaling. Tot de volgende afleiding zich aandient. Merk weer op wat je afleidt en richt de aandacht opnieuw op je ademhaling, etc.

Mediteren is moeilijk vanwege de eenvoud en omdat het anders is dan bijna alles wat je in het leven doet. Succes!